Bekenaar wil buurten op donderdag

Door Ine Kleemans

 

Vrijdag 18 augustus 2006 - Eerder deze zomer zat hij al in de polder en op de fietsbrug bij station Prinsenbeek, om een middagje te buurten met dorpsgenoten. De belangstelling voor dit initiatief van heemkring Op de Beek was toen gering. Dat weerhield Bekenaar Piet de Nijs (72) er niet van om het nog eens te proberen, nu op de speelweide van ‘t Liesbos.


Buurten op de speelweide van het Liesbos. FOTO JOHAN VAN GURP

Om twee uur is hij paraat. Piet de Nijs zit aan een picknicktafel op de speelweide. Op tafel staat een kartonnen bordje. ‘Hier buurten’ staat erop.

De Nijs’ eega Olly is ook meegekomen. Ze zou het zielig vinden als haar man weer in zijn eentje zou blijven zitten.

Maar dan, binnen de kortste keren schuiven acht mensen aan. Meest echte Bekenaren die wel van een gezellig praatje houden. Het weer werkt goed mee. Even later voegen zich een moeder met haar twee dochters bij het gezelschap. Ze maken een boswandeling met hun puppy.

,,Zie je wel, de aanhouder wint“’, reageert De Nijs enthousiast en biedt ondertussen zijn gasten koffie aan. ,,Ik trek me niet veel aan van wat anderen zeggen. Als je nooit iets onderneemt, bereik je ook niets.“

Een reeks onderwerpen passeert de revue. Ook het initiatief om buurtmiddagen te organiseren. Hoewel deze plek in het bos iedereen aanspreekt, vinden de meesten het toch te ver van Prinsenbeek. Het zijn vaak juist mensen die niet zo mobiel meer zijn, die om sociale contacten verlegen zitten. ,,Misschien moeten we het voortaan maar in de kiosk op de markt doen, dan wordt die ook eens gebruikt’’, grapt één van de aanwezigen. Vervolgens gaat het over de burgemeester ‘die na de verkiezingen wel naar Den Haag zal gaan’, en over de kortste weg naar Made.

Bankjes

Vanuit heemkundekring Op de Beek is De Nijs vorig jaar begonnen met de buurtmiddagen. ,,Op veel plaatsen in Breda zie je bankjes waar ouderen met mooi weer bij elkaar komen voor een praatje. In Prinsenbeek hebben we dit niet, terwijl hier toch ook veel mensen wonen die best eens buiten de deur met anderen in contact willen komen. Het is toch een sociaal gebeuren.“

Vorig jaar kwamen er ook niet veel mensen op af, maar deze zomer was De Nijs wel een heel eenzame buurter. Een paar weken geleden nog was hij vol goede moed naar de polder getrokken.

Daar was hij gaan zitten bij het gemaal van Halle. Hij kan er om lachen. ,,Zat ik daar midden in de natuur met mijn kartonnen bordje ‘Hier buurten’. Er viel een druppeltje regen en ik had een paraplu boven mijn hoofd. Het werkte niet bepaald uitnodigend, eerder afschrikwekkend. Er naderde nog een koppel, maar die mensen draaiden gauw om voor ze bij mij waren. Ze zullen wel gedacht hebben: ‘Wat zit daar nou voor een rare snuiter?’ Op de fietsbrug waren volgens de Nijs mensen genoeg, maar iedereen had haast.

,,Niemand had tijd om een praatje te maken. Ze verwachten ook niet dat iemand zoiets doet. Zo kreeg ik nog de vraag of het geld kostte.’’

Hoewel de Nijs niet van plan was de moed op te geven, raakte hij gisteren nog meer overtuigd van het belang van dit initiatief. De geringe belangstelling wijt hij vooral aan de beperkte bekendheid.

„Volgend jaar moeten we het daarom veel groter aanpakken.“ Zijn plan is om via de vele heemkundekringen in de provincie een tweetal Brabantse buurtmiddagen voor elkaar te krijgen. ,,Belangstellenden kunnen dan in heel Brabant op een vooraf bekendgemaakte donderdag een praatje met elkaar maken.’’

Dat het een donderdag moet zijn, staat voor hem vast, want zo zegt hij met een oud versje: ,,Donderdag, oh donderdag, gij mooiste aller dagen. ’s Morgens nog een halve week en ’s middags nog twee dagen.’’

 

http://www.bndestem.nl/breda/article580826.ece